Samenwerking

ico Xandra Nibbeling

Samenwerking alom.

Alle rapporten en jaarverslagen laten dat zien: het wordt gedaan en er wordt om gevraagd. Ook de kunstinitiatieven – bij uitstek plekken van samenwerking – tonen zich bijzonder actief. Illustratief daarbij is de recente pilot van het Mondriaan Fonds waarbij kunstinitiatieven een werkbijdrage konden aanvragen voor activiteiten in 2015: er is voor de pilot een ton te verdelen maar er is voor een veelvoud van dat bedrag aangevraagd.

Zoeken beeldend kunstenaars als gevolg van de bezuinigingen – en het slechte imago dat de kunsten tijdens dit proces meekregen – inderdaad naar andere manieren om kunst te maken en te tonen, naar andere (meer) manieren van samenwerken en andere manieren van waarde creëren? Vooral de jongere generatie kunstenaars weet handig in te spelen op het veranderende kunstklimaat en het kunstbeleid volgt op zijn beurt de veranderende mentaliteit. Wordt ‘de’ beeldend kunstenaar als maker van een object – dat uiteindelijk deel wordt van een systeem van kopen en verkopen – steeds minder gangbaar?

De vervolgvraag die zich opdringt is in hoeverre beeldende kunst dan gaat over het product of juist veel meer over de samenwerking en de collectiviteit zelf, het delen en het vinden van betekenis in de ervaring. Misschien is er sprake van een tijdelijke trend, misschien van een verdringingseffect, maar waarschijnlijker is het zo dat de ingezette ontwikkeling naast de meer traditionele manier van kunst produceren zal blijven bestaan. Er is immers nog steeds ruimte voor de individuele kunstenaar om een autonome beroepspraktijk in te richten, en het lijkt erop dat die ruimte ook weer wat meer wordt opgezocht.
Zo namen na een forse daling in 2013 het aantal aanvragen van beeldend kunstenaars bij diverse fondsen vorig jaar weer toe. In het jaarverslag van het Mondriaan Fonds is bijvoorbeeld te lezen dat het aantal aanvragen Werkbijdrage Jong Talent fors is gestegen, van 66 naar 120. Deze toename zou je kunnen zien als een hernieuwd optimisme bij de jonge generatie beeldend kunstenaars ten aanzien van de mogelijkheid van een bestaan – met een beroepspraktijk – als beeldend kunstenaar.

Ook de Raad voor Cultuur heeft het in de op 8 april jl. gepresenteerde Agenda Cultuur 2017-2020 over het bestaan van de kunstenaar zelf. De raad vindt dat er in de cultuursector afspraken gemaakt moeten worden over redelijke vergoedingen voor het werk van kunstenaars. Daarmee staat het belang van de individuele kunstenaar (bijna) weer op de politieke agenda. En laat dát nou net het gevolg zijn van een intensieve en vruchtbare samenwerking tussen verschillende kunstinstellingen!

nl_NL_formalDutch