More is More

ico Christie van der Haak

“This is the first native American temple”
“I found my heaven on earth, it is made by Christie van der Haak”

 

Dit zijn een paar voorbeelden van teksten die ik terugvind onder foto’s op Instagram van mensen die ik niet ken maar mijn installatie op en in het Wolfsonian in Miami zo indrukwekkend vinden dat er deze teksten uitkomen.

In november 2015 mocht ik in Den Haag de Ouborgprijs ontvangen, deze wordt één keer per twee jaar uitgereikt aan een Haagse kunstenaar. Ik mocht een boek maken, Sproken, samen met Studio Renate Boere, ik kreeg een tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum en een geldbedrag. De tentoonstelling was tot en met januari vorig jaar te zien. 2015 was het jaar waarin ik 65 jaar werd en er na 25 jaar helaas een eind kwam aan mijn werk als docent schilderen aan de Koninklijke Academie in Den Haag. Het was ook het jaar dat Galerie Vivid mijn werk liet zien op de Designbeurs in Basel.

Vanaf 2003 heb ik het maken van schilderijen omgezet naar het ontwerpen van patronen die vervolgens op verschillende plekken geweven worden, van meubelstoffen die toegepast kunnen worden tot grote wandkleden, waarvan de laatste ook in Wielsbeke bij Flandres Tapestries met 9 kleuren vervaardigd werd. Het begon in het Textielmuseum in Tilburg, daar werd mijn liefde voor het weven en alle mogelijkheden geboren.

De kern van alles wordt gevormd door de patronen die ook in mijn schilderijen heel belangrijk waren. Ik maak alles met de hand en probeer met elke nieuwe tekening mijzelf te verrassen. Een tekening moet voor mij complex zijn en veel mogelijkheden bieden in de wijze waarop de motieven herhaald worden.

flag 4In het Gemeentemuseum kreeg ik de kans het aspect van de patronen volledig te benutten. In plaats van weven heb ik gebruik gemaakt van de printmachine die een soort behang kan maken. In de projectzaal in het prachtige gebouw van Berlage heb ik extra wanden gemaakt, waardoor het een soort paleis werd. Het uitvergroten van de patronen maakte het handwerk van de gouache weer zichtbaar.

Het was een spectaculaire ervaring om de ruimte binnen te komen en er een tijd te vertoeven; er stonden meubels met mijn stof waarop gezeten kon worden, schalen en schilderijen hingen aan de muur, en hier en daar was een glazen octopus te vinden, allemaal werken die ik de afgelopen jaren heb gemaakt. Voor veel mensen gaf het een shock, wat maakte dat iedereen met elkaar ging praten. Ik ben in de periode van de tentoonstelling veel ter plekke geweest omdat het zo bijzonder was om de reacties van bezoekers te horen. Veel mensen werden er gelukkig van, men vertelde mij nog nooit in zo’n ruimte te zijn geweest.

Voor mij persoonlijk was het een enorme sprong in mijn ontwikkeling als kunstenaar, ik realiseerde me dat ik mij dankzij mijn leeftijd eindelijk permitteerde om helemaal voluit te gaan. Ook dankzij het Gemeentemuseum, de prachtige ruimte, de middelen om zoiets te realiseren heb ik me niet ingehouden. Het was alsof ik dat in de jaren daarvoor altijd een beetje wel had gedaan, vraag me niet waarom. Ik weet ook niet of er meer kunstenaars zijn die dit herkennen want ik heb altijd veel gedurfd. Het komt er op neer dat ik me nu als kunstenaar sterker voel dan ooit te voren en ik hoop gezond te blijven, omdat ik nog zoveel mooie goede werken wil gaan maken.

Dat het nog verder en radicaler kon werd duidelijk toen ik gevraagd werd door een museum in Miami, het Wolfsonian. Vlak na de uitreiking van de prijs in het museum ben ik naar Miami gegaan waar mijn werk weer via Vivid te zien was op de Design-beurs Miami/Basel. Ik wist dat in het Art Deco district een heel bijzonder museum staat, waar een opmerkelijke collectie te zien is van de Amsterdamse School. Het gebouw is een markant voorbeeld van de Art Deco architectuur in Miami, robuust met hoge verdiepingen.

Ik belde naar het museum om contact te maken met de conservator Silvia Barisione en vroeg haar of ze tijd had mij te ontvangen omdat ik graag mijn boek aan haar wilde geven. Dat lukte de volgende dag, we hadden een goed gesprek en het boek was zo verpletterend dat ze de directeur van het museum erbij haalde om ernaar te kijken. Ook hij werd op slag een fan van mijn werk. Helaas maken zij altijd tentoonstellingen vanuit hun collectie en werken ze weinig met hedendaagse kunstenaars. Een paar maanden later kreeg ik tot mijn verbazing een e-mail van Silvia, zij vertelde dat er een tentoonstelling kwam in november, New Dutch Design 1890 – 1940 en dat zij mij wilde vragen iets met de buitenkant en eventueel de lobby van het museum te doen in de trant van mijn werk in het Gemeentemuseum. Dit betekende een enorme opdracht, de opening zou in november 2016 zijn.

Met mijn assistent ging ik onmiddellijk aan het werk, we waren al een tijd samen bezig mijn tekeningen uit te werken, er is nu al een archief ontstaan van een enkele honderden patronen. Voor de opdracht heb ik een nieuw patroon gemaakt, een sterk en stoer patroon dat recht doet aan het karakter van het gebouw.

wolf 5 nov 2Het is gek dat je op zo’n afstand met een foto van het gebouw het idee helemaal zichtbaar kunt maken. Een paar weken later konden we een prachtige schets laten zien waar onmiddellijk een enthousiaste reactie op kwam vanuit het museum. Het museum is als gebouw met de collectie aan de universiteit geschonken, ze hebben zelf geen geld. Dat is wel een probleem als je gevraagd wordt zo’n groot werk te reali-seren. Maar zoals veel musea in Amerika die ook geen geld hebben, zijn ze wel heel goed in het genereren van geld, d.w.z. via sponsoring grote donaties verwerven van schenkers die graag betrokken willen zijn.

In Miami was een heel team actief om zich hiervoor in te spannen. Zo werd er ook geld gevraagd aan de Nederlandse fondsen Mondriaan Fonds en Stimuleringsfonds, die substantiële bijdragen hebben geleverd. Het was indruk-wekkend hoe uitgebreid en zorgvuldig dat werd aangepakt. Het Wolfsonian heeft zich ingespannen extra activiteiten naar het museum te halen om het belang van mijn werk aan diverse mensen van de kunst- en designwereld te laten zien.

Het gekke is dat het Wolfsonian bij de gemiddelde bewoner van Miami niet erg bekend is, de naam van het museum roept niet direct herkenning op en het gebouw maakt naar buiten toe ook niet erg zichtbaar dat het überhaupt een museum is. Wel is er een aantrekkelijke winkel op straat niveau waar mooie design hebbedingen te koop zijn. Maar goed, al schrijvend ben ik al weer verder in het proces van het spannende jaar dat aan de uitvoering van het project vooraf ging, het wachten op de uitslag van diverse fondsen en het museum, dat ook echt met een goed budget op de proppen moest komen om o.a. mijn honorarium en de reis- en verblijfkosten mede te financieren. Ondertussen bleven wij voortdurend slijpen aan het ontwerp: wat kan eraf en wat erbij, hoe kunnen we de kosten drukken en toch het overrompelende resultaat overeind houden? Terwijl ik ook andere opdrachten en tentoonstellingen had probeerde ik stoïcijns de ontwikkelingen te volgen, mij voortdurend voorhoudend dat het ook wel helemaal niet door kon gaan als aan bepaalde randvoorwaarden niet voldaan zou worden.

wolf buiten nuEn dan, ineens, komt het allemaal heel dichtbij: er is genoeg geld, ook dankzij het Mondriaan Fonds, Stimuleringsfonds en Stroom Den Haag. Ik ging naar Miami om met mijn assistent met de computer ter plekke de patronen te testen, ook zou het museum graag willen dat ik de lobby zou gaan aanpakken. Terwijl we met het team van het museum aan de lunch zaten kwam er een e-mail binnen, dat een echtpaar enthousiast was over mijn werk en mij graag wilden ontmoeten tijdens een lunch; afhankelijk van mijn verhaal wilden zij kijken of ze het resterende bedrag voor de lobby zouden doneren en misschien, als het heel goed zou vallen, ook het resterende bedrag voor de buitenkant. Vreugde alom. De volgende dag kwamen zij, de Frankels, naar het museum. Er zaten zeven mensen aan tafel, het was gezellig en ze keken heel goed naar de presentatie in de computer, we konden laten zien wat we konden doen met verschillende budgetten.

“More is more, Christie”, zei Linda Frankel. Dat was ik helemaal met haar eens, bovendien bleek het de perfecte titel voor het werk en het proces. Na de lunch stond de directeur en financieel medewerker op om met het echtpaar verder te praten. “Wat gebeurt er nou daarbinnen?”, vroeg ik aan het team dat achter bleef. “Nou, dan zegt de directeur: ‘Als jullie zoveel geven kunnen we dit of dat doen, maar geven jullie nog meer dan komt dit of dat er nog bij.’”. Ik wil maar zeggen: recht op het doel af zonder poespas, tactische manoeuvres of bescheiden afwachten. Na het weekend bleek dat ze inderdaad binnen en buiten de rest van het tekort in het budget bij gingen betalen. We konden het werkelijk gaan maken, een droom!

De opening was een fantastisch feest met meer dan 300 mensen, iedereen was zeer enthousiast. Twee weken later was de opening van Design Miami/Basel en een aantal internationale kunstbladen en blogs noemden More is More in hun top 5 of top 10 als must see als je naar Miami zou gaan. Op de verschillende openingen en feesten heb ik veel nieuwe mensen ontmoet en er komen zeker weer uitnodigingen uit de VS, als de politieke ontwikkelingen daar dat toestaan.

nl_NL_formalDutch