Boekman #133: Onderzoek en data

ico Xandra Nibbeling

  • publicaties

Een aantal auteurs signaleert een kloof tussen het wetenschappelijk onderzoek en de culturele praktijk. Onderzoekers Anna Elffers en Francesco Chiaravalotti doen een aantal voorstellen om het gat tussen onderzoek en praktijk te dichten. Zij vinden dat ze “minder simplistisch moeten gaan denken over onderzoek als manier om vast te stellen ‘wat werkt en niet werkt’” en dat “vastgeroeste ideeën over wat onderzoek is, welke onderzoeksmethoden en -data bruikbaar zijn […] op de schop [moeten]”. Ze zien de manier waarop universitair onderzoek plaatsvindt als een belemmering voor een goede connectie met de praktijk. “Het gevolg is dat nuttige kennis voor de cultuurpraktijk verstopt zit in academische tijdschriften die alleen vrij toegankelijk zijn als je een aanstelling hebt aan een universiteit of hogeschool.”

Nuttige kennis voor de cultuurpraktijk zit verstopt in academische tijdschriften

Daartegenover staat dat velen uit de culturele praktijk vaak een onvolledig beeld hebben van wat onderzoek is of kan zijn, waardoor mogelijkheden over het hoofd gezien kunnen worden. Elffers en Chiaravalotti noemen ook de misvatting “dat onderzoek pas goed onderzoek is als het gestandaardiseerd is en de uitkomsten bestaan uit ‘harde cijfers’”, met andere woorden het meten van de waarde van cultuur verdient herbezinning en dient uit te gaan van het definiëren van die waarden vanuit de sector zelf.

Het meten van de waarde van cultuur verdient herbezinning

Madelief van Dongen gaat in haar artikel ‘Cultuurorganisaties en sociale media’ in op de inzet van sociale media. De vraag wat instellingen met deze middelen wil bereiken is belangrijk en bepaalt de strategie en de daarbij passende content.

In hun artikel ‘Verantwoording met data’ vragen Sjors Overman en Claartje Rasterhoff zich af of verantwoording met data een zegen of een last is. “Data komen voort uit sociaal-culturele parktijken: tegelijkertijd beïnvloeden data die praktijken: er zijn keuzes gemaakt over wat wel en niet wordt verzameld, ze geven de illusie dat fenomenen zijn te categoriseren en te classificeren […].” De auteurs beschrijven een aantal spanningsvelden die kunnen ontstaan door ‘dataficatie’ en geven inzichten waar culturele organisatie hun voordeel mee kunnen doen.

De illusie dat fenomenen zijn te categoriseren en te classificeren

Pieta Verhoeven wijst in haar artikel op het belang van vergelijkbare meetsystemen in de verschillende regio’s. De Regionale Cultuurmonitor (zie ook pagina 8) is hier een belangrijk instrument in. Ook het kwalificeren van cultuur- en buitenlandbeleid is niet eenvoudig, aldus Mirte Berentsen in haar artikel. Er worden databases gebruikt die onvolledig zijn doordat er te weinig goede meetmethoden zijn: “Terwijl de behoefte aan data toeneemt, ont-breken duidelijke richtlijnen voor het meten en beoordelen ervan.”

Deze en meer artikelen vindt u in Boekman #133, zie ook Boekman.nl

nl_NL_formalDutch