Logeren op de afdeling Gerontopsychiatrie+

ico Simone de Groot

Simone de Groot studeerde aan de Kunstacademie Den Bosch en de Rietveld in Amsterdam. Vanuit haar site specific installaties ontwikkelen zich over de jaren ‘troostrijke ruimtes’: rustpunten in onze snelle maatschappij. Simone wordt graag uitgedaagd door de praktische en inhoudelijke randvoorwaarden van een opdracht of een plek en maakt die met minimale middelen zacht en stil. Daarbij gebruikt ze vaak tekst of dichtregels. 

“Gedreven door een behoefte aan zingeving en verzachting van de wereld om me heen, wil ik mensen bij staan op kwetsbare momenten van hun leven met mijn ruimtes en/of beelden. Ik nodig ze uit tot vertraging, en bied ze rust. Mijn troostrijke ruimtes maak ik in opdracht van ziekenhuizen en kerken, maar ook in de openbare ruimte en kunstcontext.”

Portret Simone in atelier – foto: Stijn Rompa

Afgelopen zomer verbleef ik vijf weken als gastkunstenaar op de afdeling Gerontopsychiatrie+ van stichting Mijzo in Dongen. Op deze afdeling wonen mensen die al een groot deel van hun leven kampen met psychiatrische aandoeningen. Daarbij hebben ze op minstens twee andere gebieden problemen, bij voorbeeld een rolstoel, Parkinson, beroerte of dementie. Ze hebben vaak geen goed beeld van de omvang van hun ziekte en verliezen deels regie over hun leven. Ik sliep en at tussen de bewoners, ging met ze in gesprek, naar buiten, en deed spelletjes. Ik werkte in het atelier van kunstenaarscollectief Vrouw Muskens, dat de residency organiseert.

Maanfasen met W en verpleging – foto Simone de Groot

Bij aankomst begroet ik iedereen open en onbevangen. Het grootste deel van mijn medebewoners ontvangt mij heel aardig, de een taalvaardiger dan de ander. Met M. heb ik direct een klik. Zij is een eigenwij ze onderwijzeres die – ondanks haar rolstoel – het liefst 
buitenshuis is. Ze vormt een vrolijk duo met haar buurman, waar op het eerste gezicht niets mis mee is. Bewoner J. begroet me met dubbelzinnige grappen. Het ijs is gebroken. Eén mevrouw draait haar hoofd weg van mijn uitgestoken hand en houdt haar mond dicht. De meneer in een rolstoel bij het koffieapparaat, weert mijn uitgestoken hand met zwaaiende armen af alsof ik een wesp ben. “No no no no,” roept hij. Ik vraag bewust niet naar diagnoses. Het hoognodige wordt me verteld door de verpleging. De mevrouw die mij doodzwijgt doet dat bij iedereen. Ze draagt de vijf weken dat ik er ben dezelfde witte outfit en komt slechts van haar kamer om te eten in de gemeenschappelijke huiskamer. De meneer in de rolstoel heeft last van stemmen in zijn hoofd. Hij spreekt altijd met twee woorden: “Hoi hoi,” of “Vuur vuur,” met het gebaar van een aansteker erbij, als hij wil roken op het balkon.

Maanfasen met E – foto Simone de Groot

De meeste bewoners mogen zelf geen vuur bij zich dragen. Een zeventienjarige vakantiekracht vraagt me verbaasd waarom ik vrij willig op deze afdeling woon en slaap. Dat vraag ik mij zelf ook af, als ik ‘s nachts lig te woelen en probeer mijn schreeuwende buurvrouw van verderop te negeren. Ik heb me aangemeld omdat ik uit de comfortzone van mijn atelier wil en om mijn angst voor geestelijke aftakeling aan te kijken. Ik zag mijn moeder in korte tijd haar cognitieveen spraakvermogen kwijtraken door een hersentumor, andere familieleden hun persoonlijkheid kwijtraken aan dementie. Als chronisch migrainepatiënt heb ik zelf een haperend brein. Wat als dat erger wordt? Natuurlijk wil ik ook gewoon vijf weken lang geconcentreerd werken, geïnspireerd door een nieuwe omgeving. 

In de eerste dagen dient het thema ‘tijd’ zich aan. Op de afdeling hangen grote kalenders, klokken en whiteboards met daarop de datum, het menu en de activiteiten van vandaag. Ondanks die constante reminders vloeien de dagen in elkaar over. “Is het pas donderdag? Ik dacht dat het al zaterdag was.” Er schiet me een dichtregel te binnen, uit het gedicht ‘Eb’ van Vasalis: “Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?”.

De vaste dagindeling doet me denken aan een klooster. Het bevalt me boven verwachting goed. Ook de plattegrond van de afdeling lijkt op een klooster: een rondgang met uitzicht op de lagergelegen binnentuin. De slaapkamers liggen als kloostercellen in de buitenring.

De vaste dagindeling hoort bij Chronos, de lineaire tijd, gemeten in kalenders en klokken. Daartegenover staat Kairos, de innerlijke belevingstijd. Ik ken het als flow, als ik lekker aan het werk ben, of wu wei uit het Taoïsme: uitsluitend handelen op het juiste moment.

Haas en Schildpad – foto Simone de Groot

Beide vormen van tijd zijn waardevol. De ene helpt structuur aan te brengen, de andere nodigt uit om te vertragen. Ik bedenk me dat een migraineaanval mij herinnert om de balans tussen Chronos- en Kairostijd te herstellen. Want hard werken is mijn ‘standaardinstelling’ en ik zet mezelf onder druk om te produceren. Maar wat is nu belangrijk? Werk, of die bewoonster met wie ik ga wandelen?

Een groot deel van het dagelijks leven hier bestaat uit wachten. Wachten op het eten, tot iemand je naar de wc of naar bed brengt, tot iemand een rondje met je komt lopen, wachten op een vuurtje om te kunnen roken. “Ik ben een oceaan van wachten”, ook uit ‘Eb’ van Vasalis.

Als opstart in het atelier van Vrouw Muskens werk ik verder aan mij n volle maanaquarellen, een maandelijks meditatief moment. Ik teken het gedicht ‘Eb’ en een ginkgoblad. Voor de ingang van Mijzo staan twee ginkgobomen. Die staat er vast niet zomaar. De Ginkgo bestaat al driehonderdmiljoen jaar en staat symbool voor een lang leven, hoop en veerkracht.

Ik deel het ruime en lichte atelier met Anna, de andere gastkunstenares. Zij verblijft bij GGZ, in een voormalige isoleercel. De samenwerking gaat heel soepel en we hebben veel steun aan elkaar. We wisselen dagelijks ervaringen uit en lunchen samen. Het is stimulerend en fij n om haar iedere dag naast me te zien werken of haar in het dorp tegen te komen.

detail gedicht Vasalis – foto Stijn Rompa

Ik begin met beelden van een schildpad en een haas , als symbolen voor traagheid en haast, Kairos en Chronos. M. wij st me op haar elektrische rolstoel. Bij de knop waarmee ze de snelheid regelt, staan een schildpad en een haas. Ik bekleed de beelden met wit vilt, de kleur van de kleren van de zwijgende bewoonster.

Op de afdeling maak ik werk op de ramen van de rondgang. Het gedicht van Vasalis breng ik met plakletters aan in één lange regel op de ramen van de zuidgang. In de noordgang teken ik alle fasen van de maan in een langgerekte boog over alle ramen, als verwij zing naar de cyclische tijd, het grote geheel. 

Op de ramen van de andere twee gangen teken ik ‘tijd-ruimtestelsels’. In gekleurde rondjes verwerk ik de kalenders, klokken en dagaanduidingen op de afdeling tot een soort sterrenstelsel van door elkaar lopende dagen en uren. De data en dagen in het web zijn die van mijn residentie.

detail tijdruimtestelsel – foto Stijn Rompa

Als laatste installeer ik een verrassing voor mijn vaste overbuurvrouw aan tafel. Zij loopt iedere dag met haar rollator rondjes op de gang. Twee rondes per keer, totdat haar telefoon zegt dat haar dagelijkse kilometers voltooid zijn. Voor haar maak ik een start/finish plek bij de huiskamer. Vanaf nu kan ze iedere ronde vieren. Een bezoeker zegt daarover: “Je hebt de bewoners echt gezien. Je hebt waarde toegekend aan hun alledaagse handelingen door er een kunstwerk en ritueel van te maken.”

Ik heb mijn eigen ‘schildpadstand’ nog niet gevonden

Aan het einde van mijn verblijf voelt mijn afdeling als familie. Het was intens, met name de gebroken nachten, maar zeker de moeite waard. Ik ben niet meer bang voor een haperend brein of voor verwarde mensen. Ik heb nog stappen te zetten in het rust geven van mijn eigen brein. Ik heb mijn eigen ‘schildpadstand’ nog niet gevonden. Ik heb wel heerlijk geïnspireerd gewerkt, vriendschappen gesloten en veel liefde en geduld gezien bij Mijzo. De bewoners en het personeel zeggen ze dat ze mijn vrolijke aanwezigheid gaan missen en dat ik een fijne logé was. Ik besef dat ik meer voor mijn medebewoners heb betekend door aanwezig te zijn dan door keihard te werken.

De vier residencies van dit jaar worden afgesloten met een tentoonstelling en rondleidingen langs de werken op de afdelingen. Hierbij mengt het kunstpubliek van buitenaf zich met de bewoners, wat ik als meerwaarde heb ervaren. 

Het thema tijd laat me sindsdien niet los. Sinds kort is daar het begrip CRIP-time bijgekomen: ziektetijd, van criple. Leven met een chronische ziekte of beperking kost meer tijd dan ziekzijn en herstellen. Ziektetijd is ook ongeleefde tijd en het langer doen over dagelijkse bezigheden. Het vraagt om een nieuwe verhouding tussen Chronos en Kairos, tussen Doen en Zijn. 

Wilt u meer van dit soort artikelen lezen?

Dat kan door een abonnement te nemen op BK-informatie.
Daarmee steunt u ons en kunnen wij het vakblad voor beeldend kunstenaars blijven maken. Dankzij onze trouwe abonnees en adverteerders kan BK-informatie acht keer per jaar verschijnen, print en online, vol informatie die de beroepspraktijk van kunstenaars ondersteunt.

Belangrijk voor iedereen werkzaam in de beeldende kunstsector!

Neem nu een abonnement en u ontvangt voor het eerste jaar 25% korting

nl_NL_formalDutch