De Nederlandse Kring van Tekenaars (NKvT) organiseerde van 5 september tot 6 oktober 2024 miniresidencies bij NDSM-FUSE in Amsterdam. Leden van de NKvT nodigden jonge kunstenaars uit om deel te nemen. Omdat de tekenkunst zich voortdurend ontwikkelt en vernieuwt zoekt de NKvT de aansluiting met jonge kunstenaars en met vernieuwing in de tekenkunst. Zo ontstond het project GEN_T waarbij jonge beginnende kunstenaars kennismaken met de werkwijze en ideeën van al langer als kunstenaar werkende tekenaars. En vice-versa.
De kunstenaars
Aan de miniresidencies namen negen externe kunstenaars deel en tien leden van de kring. Zij kwamen uit alle delen van het land, van Hengelo tot Maastricht. In de residencies werkten ze met elkaar en wisselden hun visie, kennis en ervaring uit. Dat gebeurde in de expositieruimte onder het oog van de bezoekers. De resultaten van het werkproces werden in de expositieruimte van NDSM-FUSE in Amsterdam getoond. Het ging daarbij om het presenteren van gemaakt werk, maar ook om het zichtbaar maken van de uitwisseling.

De samenwerkende tekenaars waren: Selma Dronkers, Zela Odessa Palmer, Anna Rudolf, Gladys Zeevaarders, Jordy van den Berg, Marijke Vijfhuizen, Martijntje Baarda, Tom Heerschop, Katinka Kuipers, Wilma Laarakker, Jilles Fey, Natascha Waeyen, Freek van Zoest, Ninet Kaijser, Godelieve Smulders, Sarah Dietz, Hanna de Haan, Eline Vonk, Nanou Jacobs.
“Vroeg in de morgen, terwijl de schemering van de nacht plaats maakt voor de ochtend, stap ik de auto in. Tijdens mijn reis stel ik mezelf de vraag ‘wat ga ik doen als ik aangekomen ben op mijn bestemming? De randvoorwaarden zijn helder: op een werf, vier dagen lang of kort in gesprek gaan met een andere maker, iemand die ook het medium tekenen gebruikt als centraal element in de artistieke praktijk.” (Gladys Zeevaarders, deelnemer)
Spannende samenwerking
De meeste koppels die met elkaar aan het werk gingen hadden al met elkaar kennis gemaakt. Er was vooraf geen vastomlijnd plan voor de samenwerking, wel was er een handreiking waarmee de duo’s hun samenwerking en het gesprek met elkaar inhoud konden geven. En werd gevraagd om het proces iedere dag in beeld en woord te registreren. De meeste duo’s gingen zoekend, elkaar aftastend, aan de slag met materiaal om al tekenend elkaars manier van werken en materiaalgebruik te verkennen. Taal bleek belangrijk om betekenis te geven aan het proces en om het gevoel en de ervaring met elkaar te delen. In de eerste kennismaking kon zo al direct iets moois ontstaan.

De registratie van de eerste dag van de samenwerking van Anna Rudolf en Gladys Zeevaarders: “Anna maakt grote krachtige tekeningen met een intensiteit aan lijnvoeringen die zich meester maken van de ruimte. Dit bereikt ze door gebruik te maken van verschillende formaten wilgenhoutskool, dunne takjes, dikkere takken, soms afgebrokkeld en vervormd. Afgezet tegen helderwit tekenpapier verenigd door een Japanse waaierpenseel. Drie materialen die in de juiste handen een enorme impact kunnen maken. We verlangen beiden naar diepte, een soort filosofische diepte die de logica overstijgt. Want het uiteindelijke beeld – het werk – is meer dan de som der delen. In het grijze gebied gebeuren zaken die het oog alleen kan herkennen als de handen het hebben meegemaakt.”
“Jouw handen zijn niet mijn handen, dit materiaal laat zich niet door mijn handen beteugelen. De zwarte koolstof dwarrelt anders bij mij dan het doet bij jou.”
In sommige gevallen duurde het wat langer voordat er synergie in de samenwerking ontstond. Niet vreemd als je bedenkt dat veel kunstenaars graag solitair in hun atelier aan het werk zijn. Eén van de deelnemers zei daarover achteraf: “Hoe gaan we nu in godsnaam samen tot een bevredigend werk komen vroeg ik me af? Het antwoord hierop was om je eigen ego aan de kant te schuiven en de focus niet op het eindresultaat te leggen maar het proces te laten samensmelten. Waarbij we juist elkaars technieken en werkwijze gingen uitwisselen en uitproberen.” (Freek van Zoest)

Dat opzijzetten van het eindresultaat bleek voor veel deelnemers, zowel voor de meer ervaren kunstenaar als de beginnende kunstenaar, niet altijd even makkelijk.
Tekenen, kunst maken, lijkt op het maken van problemen
In het proces van samenwerking bleek de ruimte die tekenaars elkaar gaven bepalend voor de ontdekkingen die gedaan konden worden. Sommige duo’s hielden een uitgebreid dagboek bij waarin werd beschreven hoe er werd getekend, in welke ruimte, met welke opzet. Bijvoorbeeld:
“Tekenen, kunst maken, lijkt op het maken van problemen waar je vervolgens wat mee moet. Fijn van een samenwerking is dat de ander het niet als probleem ziet en het zo weer heeft opgelost. Derde gezamenlijke tekening gemaakt. Laatste stukken gesneden en toegevoegd aan het werk.”(Hanna de Haan en Sarah Dietz)

“20 september 2024: We starten de middag met bespreken hoe we verder gaan. ‘Upside down’ roept leuke associaties op, waarna we besluiten de tekeningen doormidden te snijden. Op de grond liggen de versneden delen. We raken soms zelf in de war van hoe we het papier moeten houden, vanuit welk zichtpunt en vanuit welke tekenaar. Dus ook ‘upside down’ in ons hoofd. Ieder start met een losgesneden halve tekening en maakt er weer een complete tekening van door er een stuk aan te ‘plakken’ en op juiste standplaats en view te reageren op het lege vel papier. De manier van reageren levert gespreksstof op.” (Nanou Jacobs en Eline Vonk)
“Wij volgen het proces en het werk zelf is leidend in onze samenwerking. wij zoeken naar dat wat ongrijpbaar is en ook zo moet blijven. hierin maken wij gebruik van taal en abstractie en experimenteren met materiaal. Onze gesprekken over ons werk en alles wat daarbij komt kijken worden verwerkt in het maakproces en maken deel uit van het eindresultaat.In de zoektocht naar het ongrijpbare zijn wij niet op zoek naar een antwoord en willen we die ook liever niet vinden. Dat wat uiteindelijk te zien is, zijn bijproducten van ons proces.” (Zela Odessa Palmer en Selma Dronkers)
Nieuwsgierige ogen op gepaste gluurafstand
De registraties van de ervaringen en vragen in tekst, dagboekvorm of poster maakten het mogelijk het publiek deelgenoot te maken van het proces. Dat was uitdrukkelijk de bedoeling. Vaak waren er ‘nieuwsgierige ogen op gepaste gluurafstand’ zoals een van de deelnemers dat karakteriseerde, maar het leidde ook wel tot een gesprek over wat er gebeurde in de samenwerking of in het werk dat werd gemaakt. Ook werd het publiek uitgenodigd om zelf te tekenen. Soms werd daar schoorvoetend op ingegaan (‘maar ik kan helemaal niet tekenen’) en waren mensen verrast over hun eigen tekenkunst, soms bleven mensen lang aan de tekentafel hangen en werden er zelfportretten of portretten van elkaar getekend. Deze werden vervolgens onderdeel van het geëxposeerde werk.
Waardevolle samenwerking
Het waren dynamische dagen, met leuke gesprekken onderling maar ook met de vele geïntereseerde bezoekers. De deelnemers hebben inzichten in het werkveld opgedaan en kennis gemaakt met andere (teken)technieken, methodes en manieren van kijken.

Het begrip ‘generatie’ had niet echt een lading tijdens de samenwerking: de meeste deelnemers ervoeren gelijkwaardigheid. Voor de deelnemers – zowel voor de uitgenodigde residenten als voor leden van de NKvT – bleek het ook een uitdaging om los te komen van bepaalde overtuigingen in het werk. De samenwerking werd als waardevol ervaren, maar door de meesten te kort bevonden, ook met het oog op de wens om ‘af werk’ te kunnen leveren. Een vervolg zit in de pijplijn!
“Tekenen kent geen begin en geen eind.” (Günther uit Köln, bezoeker)
“Ik was vandaag ook in het Rijksmuseum en nu ben ik hier; wat een verademing!” (Jill uit Lancashire, bezoeker)
