Crafts in Residence:  A line is two dot’s set in motion

ico Pernille Lonstrup

In het weefatelier van Siljehaug in Hjerleid werkte Lonstrup zes weken lang. Daar had ze toegang tot specialistische kennis, apparatuur en begeleiding, evenals de tijd en ruimte om nieuw werk te ontwikkelen en haar begrip van het weefambacht als taal te verdiepen. Het project werd georganiseerd in samenwerking met het Hjerleid cultuurcentrum voor traditionele ambachten en werd mede gefinancierd door een subsidie van de Noorse provincie Innlandet fylkeskommune.

De werkperiode

Van begin mei tot medio juni 2025 werkte ik samen met Isfrid Angard Siljehaug in haar atelier in Hjerleid (Dovre, Noorwegen). Deze werkperiode diende als pilot voor het programma ‘Crafts in Residence’ georganiseerd door Isfrid, in samenwerking met Hjerleid Cultuurcentrum.

De laatste keer dat ik een residency deed, was tien jaar geleden in China. Daar begon ik met het verweven van Engelse en Chinese kranten om de verschillen tussen de twee schriftsystemen te benadrukken — het Chinees als beelden (ideogrammen) en het Latijnse alfabet als klanken. Dit was het startpunt van wat de afgelopen jaren is uitgegroeid tot mijn serie Newspaper Weavings. Dat is ook de reden waarom ik op residency ben gegaan in Noorwegen: om samen met Isfrid Angard Siljehaug te weven en nieuwe technieken te leren om mijn papiercollages verder te ontwikkelen.

Dovre ligt midden in de bergen van het Gudbrandsdal in Midden-Noorwegen. Het atelier van Isfrid is verbonden aan het Hjerleid, is een school en cultuurcentrum voor Noors handwerk. Hier worden ambachtslieden opgeleid in verschillende disciplines, zoals smeden, houtsnijden, schilderen, traditionele houtbouw, kleermakerij en weven. Net als het weefatelier van Isfrid, zijn er meerdere kleine ondernemers gevestigd in de panden van het cultuurcentrum. Er bevinden zich dus veel verschillende traditionele Noorse ambachten onder één dak. Tijdens de dagelijkse lunch in het centrum ontmoet je verschillende ambachtslieden en ontstaan er professionele discussies.

Ik ben op residency gegaan in Noorwegen om samen te weven en nieuwe technieken te leren voor mijn papiercollages.

De eerste paar dagen stonden in het teken van observatie en een rondleiding door de school en het gebied. Het atelier, de school en mijn verblijf lagen aan de schaduwzijde van de bergen zodat ik een prachtig uitzicht had op de overliggende zonzijde. Het is hier ontzettend mooi.

Het atelier waar ik de volgende zes weken werkte, is ruim in vergelijking met mijn studio van 37 m² in Amsterdam, die ik deel met een ateliergenoot. Hier is ruimte voor vier grote weefgetouwen en een kleine. Het kleine was voor mij; Isfrid had het weefgetouw al klaargemaakt, zodat ik meteen kon beginnen met weven. We begonnen met theedoeken om het ambacht en het getouw te leren kennen. Ik moest erop letten dat de zijkanten van het kleed mooi recht bleven en dat de spanning niet te slap of te strak was. De eerste 10 tot 20 cm zagen er vreselijk uit, maar na een dag of twee begon ik de techniek onder de knie te krijgen.

Het is een heel praktisch onderzoek: leren hoe de draad en de spanning op het weefgetouw voelen. In het atelier heeft Isfrid een kleine maar uitstekende bibliotheek. We kozen samen boeken uit over weven, maar ook boeken die interessant zijn voor artistiek onderzoek naar lijnen, zoals een boek over Paul Klee en Tim Ingolds: Lines. Ik begon met papierdraad te weven. Papierdraad wordt alleen geproduceerd in Japan en Europa; Isfrid had dit speciaal voor mij gekocht.

Weven gaat eigenlijk over het nemen van beslissingen vóórdat je begint. Dit komt doordat het opspannen van een weefgetouw veel tijd kost. Je doet dus veel tests voordat je echt kunt beginnen. De try-out met papierdraad leverde in het begin frustratie op, omdat ik was begonnen zonder een echt plan. Na een lange wandeling in het bos naast de wilde rivier kreeg ik weer overzicht.

Het ging veel beter en in week drie kon ik een voltooid kunstwerk van het getouw halen.

Bij het volgende weefstuk had ik wel een plan en weefde ik naar aanleiding van schetsen die ik uit Amsterdam had meegenomen. Het ging veel beter en in week drie kon ik een voltooid kunstwerk van het getouw halen. Isfrid was enthousiast, maar zei wel dat ze een beetje geschrokken was toen ik met een schaar in de schering begon te knippen, terwijl ik nog aan het weven was. Dat doen wevers onder geen enkele voorwaarde. Voor mij was dat een essentieel onderdeel van het experiment.

Het kan in Noorwegen lastig zijn om rond te reizen zonder auto, maar met een goede planning en geduld gaat het wel. In Dovre gaat er één keer per dag een trein naar Oslo. Zo kon ik met een vriendin in Oslo de Noorse Onafhankelijkheidsdag vieren, een voor Noren belangrijke nationale feestdag. Het was voor mij een welkome onderbreking van het werk in het atelier.

Isfrid en ik gingen ook samen op excursie, zoals traditioneel Noors plat brood bakken bij haar opa, of lunchen in de bergen op 1200 meter hoogte bij de hut van Isfrids familie in Grimsdalen. Het landschap is bijna niet te beschrijven, het is een plek waar mythe en natuur zich vermengen en de Scandinavische sprookjes uit mijn jeugd werkelijkheid lijken te worden.

De laatste twee weken van de werkperiode bereidden we ons voor op de eindexpositie tijdens het Hjerleid ambachtsfestival. Dit is een feestweekend waar studenten en het cultuurcentrum hun enthousiasme en kennis van traditionele ambachten overbrengen op een groter publiek. Wij kregen de kans om een tentoonstelling over ons onderzoek in te richten, waarin ambacht en kunst samenkwam. Voor die tentoonstelling wilde ik nog een nieuw werk maken op een grotere schaal. Ik wilde spelen met woorden en een methode onderzoeken waarbij ik tekens op de schering zette en daarna ging weven. Dit nieuwe plan eiste veel planning: welke materialen en kleuren wil ik gebruiken, hoe ga ik de tekens op de schering zetten en met welke verf? Ik begon met het maken van proefjes, hiervoor gebruikte ik het kleine weefgetouw dat ik zelf onder begeleiding van Isfrid mocht opspannen. Isfrid bereidde het grotere weefgetouw voor waarop het uiteindelijke werk werd gemaakt.

Ik wilde spelen met woorden en een methode onderzoeken waarbij ik tekens op de schering zette en daarna ging weven.

Het opspannen van een weefgetouw is een ervaring die me met beide benen op de grond zette. Ik begon te begrijpen waarom textielkunst veel planning en voorbereiding vraagt en waarom het vaak gaat over materiaal, textuur en vezel. Ondanks de tijd die opging aan proeven en voorbereiding, was het werk op tijd klaar voor de opbouw van de tentoonstelling. Isfrid en ik maakten de expositie met individuele werken en resultaten van ons onderzoek. Tijdens het festivalweekend waren er veel mogelijkheden om gesprekken te voeren met het publiek. De bezoekers waren enthousiast over het traditionele Noorse ambacht en nieuwsgierig naar de uitwisseling tussen ambacht en kunst. Het weekend eindigde met koffie, taart en lezingen in het bos naast een waterval bij het werkplaats-lab voor traditionele Noorse bouwkunst.

Ik ben me ervan bewust dat deze werkperiode een kanteling in mijn praktijk heeft veroorzaakt. Het was niet alleen een uitbreiding van methoden voor mijn papierweven. Nu ik driekwart jaar later in mijn studio zit om dit stuk te schrijven, heb ik achter mij een weefgetouw staan.

nl_NL_formalDutch