A Smoker’s Theatre

In maart en april verbleven Caz Egelie (1994) en Jesse Strikwerda (1991) als artist-in-residence in Kunsthuis SYB, wat resulteerde in de film A Smoker’s Theatre vol kostuums, decors, props en diffuse verhaallijnen. Twee maanden na de residency blikken we (Caz en Jesse) terug op de 1,5 maand die we in Beetsterzwaag hebben doorgebracht, al zittend in een kersenboomgaard met een zwerm vogels die de kersen uit de bomen eet.

Caz: Dat we op dag 1 alle spullen naar binnen hebben gesjouwd en dat daar buurman Douwe uit het raampje hing om naar de 3d-printers te kijken. Jesse: Gelijk ons eerste contact met een bewoner van Beetsterzwaag.

J: Eigenlijk hadden we direct die eerste avond al een set.
C: Toen zijn we volgens mij de dag erna gelijk met kostuums en make-up bezig gegaan.
J: Ja inderdaad, we zijn beiden gaan schminken en toen ben jij eigenlijk begonnen als verteller. Ik heb je toen voor de camera gezet en maar laten praten.
C: Denkend dat we dat materiaal, dat we had-den gefilmd, weg zouden gooien.
J: Ja, het was in die zin ook soort van op-starten. (Mensen die we niet kennen lopen langs, we zeggen beiden ‘Hoi’)
C: En toch is dat het materiaal geworden dat de film opent.
J: Dat materiaal is zelfs datgene wat de film uiteindelijk bij elkaar houdt.
C: Maar dan was er misschien toch al een concept voor de film voordat we aan de residency begonnen, want anders hadden we nooit deze beelden als intro van de film gebruikt?
J: Jij begon met een verhaal te vertellen.
C: Een mythe.
J: Een vertelling.
C: En eigenlijk is dat concept uitgegroeid tot een verteller die meerdere verhalen vertelt.
J: Daaruit is ook het vergeten van vertellingen gekomen, wat later de inhoud van de volledige film werd, dat al die verhalen door elkaar gaan draaien. 

C: Op de eerste dag bestond het plan ook dat we sowieso een film zouden gaan maken. We wisten toen ook niet of we open mochten voor publiek, dus de film zou dan zowel online kunnen getoond worden, en eventueel ook fysiek in SYB zelf.
J: Voor mij was dat wel een switch, van het idee om in de ruimte echt een installatie te bouwen, naar een film. De noodzaak van een vaststaande installatie was er door de komst van het idee van de film in plaats van een live uitvoering ook niet echt meer. 

C: Wat ik ook vaak tegen mensen heb gezegd is dat het hielp dat we daar samen waren. Dat dan wanneer de een geen zin of inspiratie had dat je dan tegen elkaar kon zeggen; oké laten we dan dit gaan doen! En dat je dan er in mee kon gaan. Of dat de een bezig kon zijn terwijl de ander er even niet mee bezig wilde zijn. Dat je daardoor ook sneller gaat in je proces.
J: Dat denk ik ook. Ik had in het begin ook wel moeite met het bedenken van welke stap-pen ik moest zetten omdat het ook een samenwerking is. Maar dan was het ook weer fijn om te kunnen reageren op iets wat jij had gemaakt.
C: Als we daar alleen zouden zitten dan waren we daar veel planmatiger gaan werken.
J: nu waren er ook momenten dat ik bij mezelf dacht ik ga maar gewoon even door, want ik doe dit samen en ik vertrouw er wel even op dat we érgens uit komen. (Jesse lacht een beetje)
C: Ja, je hebt ook een soort verantwoordelijkheid tegenover de ander om je in te zetten. 

C: Wat verrassende input was, was bijvoorbeeld Marianne (van Aperen) die langs kwam. Dat wij haar de vraag stelden wat zij graag wilde doen, en dat zij met een verhaal kwam. We hebben die droom toen als uitgangspunt genomen en een weekend lang scenes gemaakt.
J: Dat de mensen die op bezoek waren verschillend mee gingen helpen. Soms acteren, soms ook mee helpen bouwen en maken.
C: Dat vond ik ook wel mooi. Dat er mensen binnen kwamen en dat ze zelf konden bepalen welke mate van invloed ze uitoefenden. Zo ook bij Tineke, bij haar kon ik heel duidelijk merken dat ze heel trots was op haar bijdrage in de film.
J: Toen ze dat achteraf zo ging bekijken.
C: Ook dat ze ownership voelde over de film. Ik had niet verwacht dat dat zou gebeuren.
Dat is best bijzonder.
J: Ja
C: Wel gehoopt.
J: Haha. 

C: Wat ik moeilijk vond aan zo’n residency is dat je eigenlijk constant bezig was met het werken. Het is wel heel fijn om afstand van al het andere te kunnen nemen. Dat je kunt zeggen alles wat zich thuis afspeelt komt op een lager pitje te staan. Aan de andere kant is het ook echt lastig om te ontspannen als je in zo’n residency zit.
J: Dat is denk ik ook misschien een keerzijde van dat we daar met z’n tweeën zaten. Dat je je toch verantwoordelijk voelt om bezig te gaan. C: Op zich was het fijn dat we beiden soms even ergens anders heen moesten voor ander werk.
J; Ja precies!
C: Je jut elkaar ook wel een beetje op.
J: Nou, ja het is ook..
C: Ook uit enthousiasme!
J: Ja, je voelt dan ook de drang om te reageren op de ander. Maar het we hadden het ook zo ingericht dat het makkelijk was om de hele tijd zo door te gaan. Er zat niet echt een einde aan een dag. We konden steeds een handeling uitvoeren, juist omdat we met enthousiasme en snelheid werkten.

C: Op een gegeven moment werd het ook duidelijk dat we open mochten voor publiek. We zijn ons toen ook gaan focussen op wat de waarde zou zijn van de fysieke tentoonstelling.
J: Ik vond het ook belangrijk dat je bij de fysieke presentatie kon zien dat we daar gewerkt hadden, en dat je als het ware de achter- kant van de film kon zien als bezoeker.
C: Ja, wat je met framing doet binnen het medium film. Dat je daar nog een inhoudelijke laag aan toe kan voegen die je niet per se hebt in de film zelf. Dat je dan speelt met wat een publiek ziet in de film, en hoe dat verschilt met wat zien ze als ze er echt zijn in die ruimte.
J: Je kon ook echt merken wanneer iemand de film eerst bekeek en dan de ruimte of andersom. Daar zat een duidelijk verschil in. Hoe iemand de scènes kon plaatsen. 

C: Ben je nu tevreden met wat we hebben gedaan?
J: Terugkijkend ben ik heel blij met wat we hebben neergezet. Omdat ik ook wel voel dat het een nieuwe fase voor me heeft ingeluid. En ik ben ook verrast met wat we hebben neergezet met de manier hoe we hebben gewerkt. Dat er veel achteraf ook kloppend is. Zonder dat we daar van tevoren erg mee bezig waren. Ik vind het ook mooi dat we op een manier samen zijn gekomen in dit project, en dat ik delen van jou heb kunnen leren die ik nu ook verder kan toepassen. Ik ben blij met het werk maar dus ook de ontwikkeling. 

J: Jij dan?
C: Ik ben ook wel heel tevreden. Voor mij was een groot leerpunt, dat ik door de samenwerking heb ondervonden, dat het niet allemaal af hoeft. Dat heeft het medium film natuurlijk ook in zich. Maar het feit dat je een kostuum of prop niet perfect af hoeft te maken of alles netjes om hoeft te zoomen. In die zin ben ik ook heel erg blij en dankbaar dat ik wat meer van die houding mee kan nemen in m’n andere werk. 

J: Het lijkt me daarom ook zo leuk om een vervolg te maken! We hebben nu ook meer door wat er gebeurt en hoe dingen uitpakken met zo’n medium en in zo’n samenwerking.
C: Ik hoop dat het experiment dan ook nog steeds voorop kan staan, maar we hebben dan ook meer door wat we aan het doen zijn en welke keuzes we waarom maken. J: dat geeft dan ook meer ruimte om andere dingen erbij te halen.
C: Zoals het maken van een live uitvoering, dat zou ik heel graag zien als vervolg. 

Een groep spreeuwen vliegt luid van de ene kersenboom naar de ander.

Meer Columns

‘Moving Mountains’ een extended residency

Beeldend kunstenaars, Loes Heebink, Gejan Stol en Esther Schlebos werkten alle drie…

A Smoker’s Theatre

In maart en april verbleven Caz Egelie (1994) en Jesse Strikwerda (1991)…

CITY, CAN YOU TURN OFF YOUR LIGHTS PLEASE?

In de maand maart verblijft kunstenaar en veldwerker Maud van den Beuken…

Plastikos

Van 1 februari tot en met eind april verblijft beeldhouwer Jan Eric…

ADVERTENTIES