Onlangs voegde het Arnhemse ziekenhuis Rijnstate twee kunstwerken toe aan hun kunstcollectie. Beide werken kwamen in opdracht tot stand: Maria Barnas maakte een kunstwerk voor het atrium en Jannemarein Renout voor de hoofdingang. Kunstcoördinator van Rijnstate is beeldend kunstenaar Jeroen Glas. Esther Didden ging met hem in gesprek over de kunstcollectie en bekeek de nieuwe kunstwerken.
Glas studeerde in 2003 af aan Academie Minerva en in 2005 aan het Frank Mohr Institute in Groningen. Hij specialiseerde zich in licht- en videokunst. Hij is nog steeds actief als kunstenaar en sinds negen jaar ook de kunstcoördinator van Rijnstate. Sinds de start van de nieuwbouw in 1992 is er een kunstcommissie die verantwoordelijk is voor de kunstcollectie, die bijna 700 kunstwerken bevat: naast schilderijen, foto’s en grafiek ook zitmeubelen, tafels en beelden.
Sinds de start van de nieuwbouw is er een kunstcommissie
Zo staan er Lettermeubels van Marc Ruygrok op de verdiepingen. Het zijn eigenlijk sculpturen van blokletters waarop je kan zitten. In Rijnstate hebben ze een koperen, een messing en een twaalftal berkenhouten lettermeubelen van hem. Voor de acht dagverblijven op de verpleegafdelingen hebben Jolanda Muilenburg en Wilfried Nijhof van bureau Zwändel een wanddecoratie ontworpen: een modulair systeem van MDF-panelen, alsof het repen behang zijn, met daarop een uitvergroot plantendessin.
Waar je als patiënt of bezoeker ook bent in Rijnstate, overal kom je kunst tegen. “Want kunst hoort in een ziekenhuis,” vertelt Glas, “in een ziekenhuis voelen we van alles, we denken na over wat ons overkomt. Als er in het ziekenhuis aandacht is voor de hele mens, dan is de kans groot dat je je beter voelt. Kunst is in staat de ziel te voeden. Juist in een ziekenhuis waar we als patiënt, maar ook als bezoeker, geconfronteerd worden met het leven zelf is het zinvol te kunnen en mogen reflecteren. Met kunst kan dat.”

De collectie van Rijnstate richt zich in eerste instantie op kunstenaars uit de regio, daarna op kunstenaars uit de rest van Nederland en heel soms van daarbuiten. Glas houdt zich bezig met de collectie, het inrichten van tentoon-stellingen voor de galerie op de begane grond en is adviseur voor de interne kunstcommissie met name als het gaat om opdrachten. Als er bouwwerkzaamheden zijn, wordt er soms budget voor kunst vrijgemaakt, maar verder is er geen officieel kunstbudget. Per vergadering wordt beke- ken wat nodig is en wat kan. Tot nu toe werkt dat. Toen er een nieuwe hoofdingang kwam, wilde Glas graag dat Jannemarein Renout daar een kunstwerk voor maakte. Haar abstracte kleuren- prints komen tot stand doordat ze en documentscanner op de hemel of wateroppervlaktes richt. Heel geschikt werk, vond Glas, om als een grote print boven de hoofdingang te plaatsen waar- door een besloten deel van het ziekenhuis, de speelplek van de kinderpoli, niet meer zichtbaar is. Als je nu als bezoeker door de deuren van de hoofdingang loopt, zie je boven je op de eerste verdieping, een wolkenlucht. Het is tien bij drie meter en prachtig van kleur. Met haar computerscanner heeft Renout een wolkenlucht ‘gevangen’. Ze legde het apparaat in de buitenlucht en liet het de hemel scannen. De folie waarop de scan is geprint is een beetje transparant zodat de kleuren bij zonnig weer feller zijn. Vanaf de hoofdingang kan je niet door de folie kijken, maar als je op de kinderafdeling bent kan dat wel. Dan zie je de silhouetten van mensen die het ziekenhuis ingaan of juist verlaten.

De opdracht aan Renout verliep vlot omdat er vanuit de bouwwerkzaamheden een budget voor kunst was. September vorig jaar werd de opdracht aan haar verstrekt en afgelopen januari is het opgeleverd. Dat lag bij de opdracht aan Maria Barnas anders. Van idee tot realisatie duurde ongeveer vier jaar. Dat had te maken met de fondswerving maar ook met het technisch complexe karakter van het werk. De loopbrug in het atrium is de drager van tientallen gedichten van Barnas geworden. De loopbrug is daardoor niet alleen functioneel verbindend, maar ook symbolisch.
Van idee tot realisatie duurde ongeveer vier jaar
Sinds het uitbreken van de coronapandemie voerde Barnas gesprekken met medewerkers van Rijnstate. Welke invloed had corona op hun werk, wat veranderde er, wat betekende het voor hen om te zorgen voor een ander? Uit die gesprekken en haar eigen ervaringen ontstonden gedichten. Onder de loopbrug bevindt zich nu een 46 meter lange lichtkrant waarop poëtische zinnen voorbijkomen. De zinnen ontmoeten elkaar in het beeld, waardoor ze veranderen van vorm en inhoud. Woorden verschijnen en vallen als pixels uit elkaar. Barnas wilde dat haar gedichten zouden muteren, dat ze veranderen en niet zoals in een klassieke dichtbundel altijd dezelfde opbouw en leeswijze hebben. De gedichten in Rijnstate laten zich gefragmenteerd lezen, afhankelijk van het moment waarop je het atrium binnenloopt. Barnas’ gedichten bestaan uit vluchtige gedachten, observaties, overdenkingen, herinneringen en medische feiten.

