In veel van de gesprekken die de BK-podcast Het kan ook anders rijk is, wordt gesproken over de rol die een leermeester (v/m/x) kan hebben in de carrière en het werk van een beeldend kunstenaar. Hoe belangrijk is ‘de leermeester’? Is het een poort naar het professionele kunstenaarschap? Welke vormen kan een leermeester aannemen?
Een goede leermeester leert de leerling te kijken en te ontdekken, geeft vertrouwen en stelt kritische vragen, geeft ruimte voor het maken van fouten, is een voorbeeld van artistieke moed en laat zien hoe je omgaat met twijfel. Een goede leermeester neemt bovendien het talent van diens leerling zeer serieus.
Tot ver in de negentiende eeuw werd een kunstenaar niet in de eerste plaats op een kunstacademie opgeleid, maar in het atelier van een meester. Een leerling begon met eenvoudige werkzaamheden: pigmenten malen, penselen schoonmaken, doeken prepareren en kopieën maken. Pas later mocht de leerling aan eigen werk beginnen. Maar een leermeester gaf meer door: vakmanschap, discipline, een bepaalde manier van kijken, beroepsethiek, een netwerk van opdrachtgevers en kennis over materialen.
Een goede leermeester neemt het talent van diens leerling zeer serieus.
Veel klassieke kunstenaars danken hun ontwikkeling aan een meester, de ene generatie kun- stenaars gaf hun kennis door aan de volgende. Da Vinci en Botticelli hadden beide Andrea del Verocchio als leermeester en de leermeester van Rafaël – Perugino – was eveneens leerling van Del Verrocchio. Rondom de leermeesters vormden zich netwerken van collega’s. In Nederland was Rembrandt de leermeester van waarschijnlijk meer dan vijftig leerlingen, die hij niet alleen bepaalde technieken leerde, maar die hij ook stimuleerde om onderzoekend te werken en een eigen beeldtaal te ontwikkelen.
Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw werd bewust afstand genomen van het traditionele meester-leerlingmodel. De begeleider was geen autoriteit meer die voorschrijft wat goed is, maar een kunstenaar die gesprekken voert en het individuele proces ondersteunt. Die begeleiding hoeft niet van één persoon te komen, maar kan ook gevonden worden in een netwerk van collega’s en ex-studiegenoten die je werk beïnvloeden. Die beïnvloeding kan natuurlijk uit allerlei hoeken komen: docenten, collega’s, schrijvers, filosofen, andere kunstenaars, et cetera. Een belangrijke rol van docenten en van de leermeester werd het aanmoedigen van leerlingen om een eigen beeldtaal te ontwikkelen, iets wat op veel Nederlandse kunstacademies nog steeds wordt benadrukt. De vraagstelling van docenten, die vaak zelf actief zijn als kunstenaar, is veel meer geschoven naar ‘Waarom maak je dit? Wat onderzoek je? Wat zegt dit werk?’
Een belangrijke rol van docenten en van de leermeester werd het aanmoedigen van leerlingen om een eigen beeldtaal te ontwikkelen
Als het goed is maakt ‘de leermeester’ zich uiteindelijk overbodig. Misschien is dat wel diens ultieme doel: genoeg zelfvertrouwen meegeven zodat de kunstenaar op eigen kracht verder kan en wellicht zelf de rol van leermeester op zich kan nemen, om volgende generaties te voeden met kennis, techniek en zelfvertrouwen.
Een leermeester is niet in alle gevallen een individu, maar kan bij voorbeeld ook een instelling zijn. Aan De Ateliers in Amsterdam werken jonge kunstenaars twee jaar lang in een eigen atelier waarbij ze intensief worden begeleid door ervaren kunstenaars. Er zijn meerdere vaste en gastbegeleiders, waardoor er geen afhankelijkheid van één autoriteit ontstaat. Niet één meester die ‘de waarheid’ bezit, maar meerdere stemmen die een kunstenaar helpen diens positie te bepalen. Dit principe wordt ook mentoring genoemd.
Het Mondriaan Fonds investeert, net als regionale fondsen zoals die van het CBK Rotterdam, in mentoring, waarbij beginnende kunstenaars worden gekoppeld aan ervaren kunstenaars of curatoren. De begeleiding gaat niet alleen over het maken van werk, maar ook over vragen als: hoe ontwikkel je een artistieke praktijk? Hoe positioneer je jezelf? Hoe bouw je een netwerk op? Het is een manier om de ervaring van gevestigde kunstenaars over te dragen aan een nieuwe generatie.
De nadruk in het mentorschap en in de rol van de leermeester ligt tegenwoordig meer op artistieke reflectie dan op technische overdracht
Je zou kunnen zeggen dat de nadruk in het mentorschap en in de rol van de leermeester tegenwoordig veel meer ligt op artistieke reflectie dan op technische overdracht. De moderne leermeester is misschien minder een meester van het vak dan een meester in het stellen van vragen. De beste begeleider is niet degene die een stijl overdraagt, maar degene die een kunstenaar helpt diens eigen stem en eigen autonomie te vinden.
De leermeester bevestigt dat je kunstenaar mág zijn, neemt twijfel weg en speelt op die manier een vrij existentiële rol in de carrière van een kunstenaar. Een leermeester kan het zelfvertrouwen van een jonge maker een zetje geven, twijfels wegnemen. Een leermeester versterkt het zelfbeeld, de eigenwaarde en het vertrouwen van creatieve mensen, waardoor zij meer risico durven te nemen en zich verder artistiek kunnen ontwikkelen.
Een leermeester kan het zelfvertrouwen van een jonge maker een zetje geven, twijfels wegnemen
De leermeester kan helpen om twijfel te normaliseren als onderdeel van het kunstenaarschap (lees ook het essay Het nut van twijfel). De moderne leermeester is een spiegel, een uitdager en een gids die de kunstenaar loodst door het onzekere landschap waarin kunstenaars zich moeten bewegen. Een leermeester wij st je op de mogelijkheden, de normaliteit van onzekerheden en twijfel en geeft je het zelfvertrouwen om een volgende stap te zetten. Een leermeester is soms een persoon, maar kan ook een netwerk van mensen zijn.
